dorpskerk
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈdɔrᵊpsˌkɛrᵊk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) (religie) een kerkgebouw in een dorpVoor een dorpskerk is dit best een groot gebouw.
- (religie) een kerkgemeenschap in een dorpVoor een dorpskerk zijn jullie met behoorlijk veel mensen.
Vertalingen
Engelsvillage church, village church
Spaansiglesia del pueblo
Poolswiejski kościół
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek