douch
Wat is de betekenis van douch?
douch betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van douchen
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van douchen
- gebiedende wijs van douchen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van douchen
Voorbeelden van "douch" in een zin
- Ik douch.
- Douch!
- Douch je?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek