douchecel

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈduʃsɛl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde, sanitair (bouwkunde), (sanitair) klein vertrek of deel van een badkamer waarin men zich kan douchen
    Als Somberman onder de warme douche staat, glijdt de zeep uit zijn hand. Terwijl hij zich bukt om de zeep op te rapen, wordt de waterstraal plotseling ijskoud. Hij draait de kraan dicht en verlaat de douchecel. Volkskrant Remco Campert 16 april 2015

Vertalingen

Engelsshower cubicle