doucheruimte

vrouwelijk (de)/ˈduʃrœymtə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. badkamer met een stortbad
    Daar stond hij, beduusd, met een bebloede knie, beschaamd; ik geloof dat hij zich vreselijk schaamde en dat hij me daarom niet bedankte, maar zonder op of om te kijken de doucheruimte uit strompelde.
    In 2014 werd hij opnieuw gearresteerd, ditmaal in een afgelegen berggebied in Mexico. Dit keer had hij minder tijd nodig om opnieuw uit een op papier streng beveiligde gevangenis te ontsnappen: via een anderhalve kilometer lange tunnel die van zijn doucheruimte tot buiten het gevangenisterrein leidde.