draagbaarheid
vrouwelijk (de)/'draɣbarhɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het gemak waarmee een kledingstuk gedragen kan worden
- de mate waarin een toestel verplaatsbaatst kan worden door een mens
- de mate waarin beleid gesteund wordt door de bevolking
Etymologie
* afleiding van draagbaar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek