draagbaar

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈdraɣbar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een baar waarop iets gedragen kan worden
    Omdat hij bewusteloos was geraakt werd hij op de draagbaar gelegd.

Etymologie

*[bijvoeglijk naamwoord] van dragen

Vertalingen

Engelsstretcher, portable
Fransbrancard, portatif
DuitsTragbahre, tragbar
Spaansportátil