draagbaar
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈdraɣbar/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een baar waarop iets gedragen kan wordenOmdat hij bewusteloos was geraakt werd hij op de draagbaar gelegd.
Etymologie
*[bijvoeglijk naamwoord] van dragen
Vertalingen
Engelsstretcher, portable
Fransbrancard, portatif
DuitsTragbahre, tragbar
Spaansportátil
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek