draai
mannelijk (de)/draj/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- omwentelingDe turner maakte een Yurchenko met hele draai en gehoekte salto.
- (figuurlijk) opvallende verandering van richting of meningHet vliegtuig maakte een draai naar rechts.Dat hij opeens niet meer naar Spanje wou, was een draai die haar verraste.
- (verouderd) klap die met een zwaaiende arm wordt gegeven
- plaats waar iets buigt of een rondgaande beweging kan makenDe verhuizers kregen de kast met moeit voorbij de draai in de trap.
Etymologie
* "draaien"
Uitdrukkingen
- een draai geven aan
- een draai maken
- een draai nemen
- draai om de oren
- een draai om de oren geven
- zijn draai vinden
- zijn draai niet kunnen vinden
Vertalingen
Engelsturn
Spaansgiro, rotación, vuelta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek