drager

mannelijk (de)/'draɣər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een persoon die (letterlijk) draagt
    De drager van de rugzak was Jan.
  2. een dunne laag van een fotografische film die de lichtgevoelige emulsie beschermt en de film stevigheid geeft (ondergrond, onderlaag, substraat
    Negatieven bestaan simpel gezegd uit twee lagen. In het geval van de 4x5 inch acetaat negatieven gaat het om een emulsie van gelatine waarop de afbeelding staat en een drager van acetaat.
  3. een eigenaar
  4. beroep (beroep) iemand die bij uitvaarten de kist met de overledene draagt
  5. voorwerp dat iets ondersteunt, een leuning, steun, stut
  6. medisch (medisch) persoon die of dier dat iets bijzonders meedraagt of bij zich draagt
    Een drager van het hiv-virus moet zich laten behandelen in een ziekenhuis.

Etymologie

* van dragen

Vertalingen

Engelscarrier, celluloid, bearer
Franssupport, plaque
DuitsZelluloid, Stütze, Unterlage
Spaansportador
Italiaanssupporto
Portugeessuporte, placa
Russischподкладка
Zweedsbärare