Dragon
mannelijk (de)/ˈdraɣɔn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) bepaald soort vaste plant uit de composietenfamilie ()
- (kruid) bladeren van worden gebruikt om gerechten te kruiden
Etymologie
* Leenwoord uit Frans "dragon", in de betekenis van ‘slangenkruid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1554
Vertalingen
Engelstarragon
Fransestragon
DuitsEstragon
Spaansdragoncillo, estragón, tarragón
Italiaansdragoncello
Portugeesestragão
Russischэстрагон
Chinees龍蒿
Japansタラゴン
Koreaans타라곤
Arabischطرخون
Turkstarhun
Poolsestragon
Zweedsdragon
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek