drankje

/ˈdrɑŋkjə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. glaasje drank (die vaak het distillatieproduct van alcohol bevat)
    'Kunnen we niet nog een laatste drankje nemen en eerst wat praten?' vroeg ze en ze spreidde vertwijfeld haar armen.
  2. vloeibaar medicament

Etymologie

*afgeleid van "drank"

Vertalingen

Engelsdrink, potion, draught
Franspetit verre, potion, breuvage
DuitsGetränke, Drink, Saft
Spaanscopita, poción, brebaje