drie
mannelijk/vrouwelijk (de)/dri/
Wat is de betekenis van drie?
drie betekent: "3", het getal tussen twee en vier
Betekenis
telwoord
- "3", het getal tussen twee en vier
- om een hoeveelheid aan te geven
- om een plaats in een volgorde aan te geven
zelfstandig naamwoord
- het cijfer 3
- dat wat in een (rang)ordening met 3 is aangeduid
- groep van 3 eenheden
Voorbeelden van "drie" in een zin
- De totale kosten bedragen drie euro en zevenendertig cent.
- Een man die afgelopen weekend drie kinderen uit de zee bij het Noord-Hollandse Julianadorp wilde redden, raakte zelf vermist.
- Het juiste antwoord op opgave drie is "42".
- De drie op zijn shirt was nauwelijks meer te zien.
- Het is weer de drie die het niet doet, kunnen we die niet simpel vervangen?
Etymologie
* (erfwoord) via Middelnederlands "drie" van Oudnederlands "thrī", in de betekenis van ‘telwoord’ voor het eerst aangetroffen in 820
Uitdrukkingen
- Drie keer niks — Helemaal waardeloos
- Een meisje van drie kruisjes — Een vrouw van 30 jaar
- Het iemand in drieën geven iets te doen — Verwachten (eigenlijk:wedden) dat iemand iets in drie pogingen nog niet gedaan krijgt
- Het iemand in drieën zetten iets te doen — Verwachten (eigenlijk:wedden) dat iemand iets in drie pogingen nog niet gedaan krijgt
- Niet tot drie kunnen tellen — Erg dom zijn
- Op drie haartjes staan — Scheef gedragen worden (van een hoofddeksel)
- Wel wis en drie! — ± potverdikkie, potverdorie, warempel
- Alle goede dingen bestaan in drieën/uit drie — Gezegd als er na twee vergelijkbare gebeurtenissen zich vrij onverwacht nog een derde voordoet
Vertalingen
Engelsthree, three
Franstrois, trois
Duitsdrei, Drei
Spaanstres, número
Italiaanstre
Portugeestrês
Russischтри
Chinees三
Japans三, さん, み
Koreaans셋, 세, 석
Arabischثلاثة
Turksüç, üç
Poolstrzy, trójka
Zweedstre, trea
Deenstre
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek