drie-in-de-pan

mannelijk/vrouwelijk (de)/'driɪndəpɑn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) kleine pannenkoekjes (met krenten of rozijnen), met drie tegelijk gebakken

Etymologie

* (samenkoppeling) van drie, in, de en pan

Vertalingen

Spaansde tres en tres