drie-in-de-pan
mannelijk/vrouwelijk (de)/'driɪndəpɑn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) kleine pannenkoekjes (met krenten of rozijnen), met drie tegelijk gebakken
Etymologie
* (samenkoppeling) van drie, in, de en pan
Vertalingen
Spaansde tres en tres
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek