Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

driekleurige struikgors

mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) een zangvogel uit de familie (Amerikaanse gorzen). Deze soort is endemisch in centraal Peru, met name in La Libertad en Junín

Etymologie

*(coll)