droevig

ˈdruvəx

Wat is de betekenis van droevig?

droevig betekent: verdriet hebbend

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. verdriet hebbend
  2. verdrietig gevoel veroorzakend
bijwoord
  1. treurig

Voorbeelden van "droevig" in een zin

  • De arts troostte de droevige familie na het overlijden van het jonge kind.
  • Ik moet altijd huilen bij droevige films.
  • Zijn vertrek stemt ons droevig, maar hij is een vrij mens en kan gaan en staan waar hij wil.'

Betekenis en uitleg van droevig

Droevig beschrijft een gemoedstoestand die wordt gekenmerkt door verdriet of somberheid. Het is een gevoel dat ontstaat door teleurstellingen, verlies of andere negatieve ervaringen die ons raken.

Je gebruikt het woord 'droevig' vaak wanneer je beschrijft hoe iemand zich voelt na een nare gebeurtenis, zoals het overlijden van een geliefde of het mislukken van een belangrijke droom. Het kan ook betrekking hebben op een sombere sfeer, bijvoorbeeld in een verhaal of film. Droevig heeft vaak een melancholische nuance, wat het gevoel van verdriet nog versterkt.

Voorbeelden

  • Na het verlies van zijn huisdier voelde hij zich enorm droevig en kon hij de hele dag geen glimlach op zijn gezicht krijgen.
  • De droevige muziek vulde de zaal en zorgde ervoor dat veel mensen een traantje wegpinkten.
  • Het droevige nieuws over de sluiting van de lokale bibliotheek raakte de hele gemeenschap.

Woordoorsprong

Het woord 'droevig' is afgeleid van het Middelnederlandse 'droeve', dat 'verdrietig' of 'somber' betekent. Het heeft verwanten in andere West-Germaanse talen, die ook een vergelijkbare betekenis hebben.

Veelgestelde vragen over droevig

Wat is de betekenis van droevig?

droevig betekent: verdriet hebbend

Hoeveel betekenissen heeft droevig?

droevig heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je droevig in een zin?

Voorbeeld: “De arts troostte de droevige familie na het overlijden van het jonge kind.

Etymologie

afgeleid van droef met het achtervoegsel -ig

Vertalingen

Duitstraurig, betrübt
Engelsgaunt, sad, dismal, miserable
eomalĝoja, trista
Franstriste
kuxemgîn
paptristu
Spaanstriste, afligido
vibuồn