droefgeestigheid

vrouwelijk (de)/druf'xestəxhɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het depressief en weinig levenslustig zijn
    `Nieuwe, dunne vochten kunt u in uw brein opwekken door uw ziel af te wenden van uw droefenis en haar te vervullen van een hartstocht aan de droefgeestigheid tegengesteld; absoluut noodzakelijk op de zeer korte termijn is in dit opzicht een behoorlijke portie amoureuze kortswijl, en voorts geeft u toe aan aangename inbeeldingen omtrent de toekomst, vals of waar.' Werken, werken
    "Dit is een van de leukste gesprekken die ik ooit op de radio gehoord heb", schrijft Youp in zijn column. "De koning-keizer-admiraal van de droefgeestigheid moest aan een gereformeerde fatsoensrakker uitleggen wat er leuk is aan erotische plaatjes."
  2. iets wat een uiting is van depressiviteit en gebrek aan levenslust

Etymologie

* afleiding van droefgeestig

Vertalingen

Engelsdejection, melancholy, depression