zwartkijkerij
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het al te somber zijnAan de vooravond van grote ontwikkelingen past geen zwartkijkerij, maar respect voor mensen die de handen uit de mouwen steken en een mentaliteit van doorzetten tonen.Op het eerste gezicht lijkt het wel erg veel zwartkijkerij. Nog geen drie maanden geleden presenteerde de Frans-Nederlandse combi in opperbeste stemming de jaarcijfers, die helemaal zo slecht niet waren, met een operationeel resultaat van ruim 1,4 miljard euro.
Etymologie
* van zwartkijken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek