zwartkijker

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een pessimist
    zwartkijkers staan vaak niet volop in het leven.
    In Tain l'Hermitage wordt elk jaar zo'n file nagebootst met klassieke voertuigen. Vaak dragen chauffeurs en passagiers kleding uit de jaren vijftig en zestig, terwijl ze begeleid worden door gendarmes in originele uniformen, op klassieke motorfietsen. Van levensader tot nostalgisch themapark, een zwartkijker zou in de Nationale 7 een metafoor voor Frankrijk kunnen zien.
  2. iemand die een televisietoestel in huis heeft zonder kijkgeld te betalen
    Televisiemaatschappijen krijgen steeds meer te maken met zwartkijkers.

Etymologie

* van zwartkijken

Vertalingen

Engelspessimist
Spaanspesimista