melancholie

vrouwelijk (de)/ˌmelɑŋxoˈli/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. psychologie (psychologie) gemoedstoestand die zich kenmerkt door een pessimistische kijk op het leven of bestaat uit een onvervuld verlangen
    Maar je kon in Venetië niet van anachronismen spreken. De moderne tijd was een anachronisme in deze stad die op geen enkele manier was toegerust voor productiviteit, haast of nut. Hier was de tijd blijven zweven in melancholie en heimwee naar de droom van een schaduw van een rinkelend verleden.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zwartgalligheid’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Vertalingen

Engelsmelancholy
Fransmélancolie
Spaansmelancolía