woorden
boek
Start
›
D
›
droogkoker
droogkoker
mannelijk (de)
/'droxkokər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
gereedschap
(gereedschap) apparaat waarmee men kan droogkoken
iemand die droogkookt
Etymologie
* van droogkoken
Verwante woorden
Droog
droogautomaat
droogautomaten
droogbeurt
droogbloeier
droogbloeiers
droogbloem
droogbloemen
droogboeket
droogboeketten
droogbouwgereedschap
droogde
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← droogkokende
droogkokers →