drossen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. vluchten, deserteren, verdwijnen
    De soldaten drosten toen hun soldij alweer niet betaald werd.
    De matrozen drosten toen ze na een lange zeereis in het mooie land aankwamen.

Etymologie

* Leenwoord uit het ?, in de betekenis van ‘deserteren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1707