drost
mannelijk (de)/drɔst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geschiedenis) (juridisch) (beroep) historische titel, aanklager in dienst van landheer
Etymologie
*van Middelnederlands """, (verkorting) van drossaard, in de betekenis van ‘bestuursambtenaar’ aangetroffen vanaf 1354-1408
Vertalingen
Engelstaskmaster
DuitsDrost
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek