druilen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (absol) in halfslapende toestand, op lusteloze wijze zijn, soezen, suffen
- (absol) (verouderd) langzaam handelen of spreken, traag zijn
- (onpr) regenachtig zijn, op lusteloze wijze regenen
Vertalingen
Engelsdoze, nap, slumber
Spaansechar la siesta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek