druip

Wat is de betekenis van druip?

druip betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van druipen

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van druipen
  2. gebiedende wijs van druipen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van druipen

Voorbeelden van "druip" in een zin

  • Ik druip.
  • Druip!
  • Druip je?