druiplijst

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. van onderen holle lijst die ervoor zorgt dat regenwater niet op delen van een bouwwerk drupt
    In het jaarboek was door een aantal mensen iets geschreven - 'Voor een fantastische kameraad' en een 'geweldige meid' en 'mijn scheikundemaatje' en 'Weet je nog van dat bakfestijn?!!' Had Fredrica haar vriendinnen mogen meenemen naar haar kamer? Had ze een vriendin gehad die haar na genoeg stond om haar boven te laten komen, via de trap met die druiplijst? Naast de deur stond een paraplu.