duivels

/ˈdœyvəls/

Betekenis

tussenwerpsel
  1. krachtterm (krachtterm) een uitroep van frustratie, ontsteltenis en/of verbazing
  2. als een duivel
    Dat was echt een duivels plan.
    Soms werd Nicolaas door zoveel duivelse Pieten gevolgd, dat die de heilige totaal overheersten.
  3. vermaledijd, vervloekt
    Die duivelse jongen heeft weer iets uit mijn tuin gestolen!
  4. boos of geërgerd/ gefrustreerd
    Je wordt er duivels van.

Etymologie

*Afgeleid van duivel

Uitdrukkingen

  • Een duivels dilemmaSituatie waarin een keuze moet worden gemaakt, terwijl alle mogelijke opties van zichzelf verwerpelijk zijn of veel nadeel opleveren