duur

mannelijk (de)/dyr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tijdrekening (tijdrekening) benodigd tijdbestek
    De duur van de gecompliceerde operatie was 8 uur.
    De beleving van tijd is ongrijpbaarder, laat zich lastiger vangen in statistieken en lijstjes dan de objectieve duur ervan.
    Bij een 'prospectieve' beoordeling van tijd schat je de duur van een gebeurtenis in terwijl die nog aan de gang is.

Etymologie

Ze rekenden precies uit wanneer ze winst gaan maken: "Het is echt massa is kassa. Daarom komen er binnenkort meer machines bij. Het is nog geen vetpot, maar per machine moet je denken aan 600 tot 900 euro per maand. Pas na twee jaar gaan we echt winst maken." Dat komt vooral vanwege de kosten: "We hebben best wel grote machines staan en de kosten daarvan variëren tussen de 3000 en de 5000 euro. Daarnaast moet je ook btw over je producten afdragen maar de locatie is het duurste."

Uitdrukkingen

  • op den duurna lang wachten
  • duur betaaldwaarvoor men veel heeft moeten inleveren, niet alleen maar geld

Vertalingen

Engelsexpensive, pricey, valuable
Franscher, coûteux, durée
Duitsteuer, Dauer
Spaanscaro, costoso
Russischдорогой
Poolsdrogi