duurloop

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een loop over een grote afstand als training om het uithoudingsvermogen te verbeteren
    De mens is een rennende aap - goed dat Filosofie Magazine bestaat. De kop staat boven een bespreking van Filosofie van de duurloop, een boek van Mark Rowland. Zonder aanleg begon hij op zijn 48ste aan zijn eerste marathon. Natuurlijk moest daarover geschreven worden: Rowland is filosoof. En loper. Dat schept een band: ook ik ben een loper. Niet van nature, wel sinds ik 22 jaar geleden verbijsterd vaststelde dat ik per dag niet meer vooruitkwam dan een paar honderd meter. De stappen van huis naar de tram, naar het treinstation, op het werk vijfmaal naar het toilet (toch een metertje of 20).Volkskrant Jean-Pierre Geelen 22 december 2016,