duurzaamheid

vrouwelijk (de)/ˈdyrzamˌhɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het vermogen lang mee te gaan
    De duurzaamheid van dit materiaal is spreekwoordelijk.
    Maandenlang had ik alle specificaties van tenten bestudeerd: gewicht, ruimte, kosten, duurzaamheid, dubbelwandig, enkelwandig, vrijstaand, camouflagemotief, cuben fiber en nylon.
  2. milieukunde (milieukunde) het vermogen niet tot uitputting of vervuiling te voeren
    De duurzaamheid van zonne-energie is een aantrekkelijke zaak.

Etymologie

*afgeleid van duurzaam

Vertalingen

Engelssustainability
Fransdurabilité
DuitsNachhaltigkeit
Spaansestabilidad, sostenibilidad