ebbenhout

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het zwarte en zware hout van een ebbenboom, behorende tot een aantal tropische soorten uit het geslacht Diospyros (familie Ebenaceae)
    Het gebruik van ebbenhout is vanwege de kostbaarheid van het hout erg beperkt.
    De chique, ruime schrijftafel van ebbenhout, die stijlvol was ingelegd met lichtere houtsoorten, die voor het raam was geplaatst naast de openslaande deuren naar het terras en die gepaard was aan een sobere maar degelijke en comfortabele houten bureaustoel uit de jaren dertig, had ik al meteen bij binnenkomst opgemerkt.

Etymologie

* , waarbij "ebben" is ontleend aan het Latijn "ebenus" die het via het hebben ontleend aan Egyptisch hbnj (klinkers niet bekend), wat misschien een woord van Numidische oorsprong is.

Vertalingen

Engelsebony
DuitsEbenholz
Spaansébano
Turksabanoz