eega

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈeɣa/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. formeel, schertsend (formeel), of (schertsend) echtgenoot of echtgenote
    Ze besloot niet meer bij haar eega te blijven.

Etymologie

*(verkorting) van eegade, samengesteld uit "ee", een oud woord voor "wet, huwelijk" (vergelijk "Ehe" en "gade partner", dus letterlijk "wettige echtgenoot", in de betekenis van ‘echtgenoot, echtgenote’ voor het eerst aangetroffen in 1588

Vertalingen

Engelshusband, spouse, wife
DuitsEhepartei, Gespons, Ehegespons
Russischсупруг, супруга
Zweedsäktenskapspartner
Deensægtefælle