Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

eendenpoot

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. eendenbout
    Bij de huidige koersen komt de prijs van het menu echter op 28 euro. „Dat is bepaald geen vetpot”, moet restauranteigenaar P. Verbunt toegeven. Bij dit prijsniveau legt hij geld toe op de zalmfilet, eendenpoot, kalfslende met kaasplateau toe. „Dit moet geen twee weken gaan duren.”
    Tal van overheerlijke dumplings, gefrituurde en gestoomde deeghapjes, gevuld met groente, vlees en rijst, maar ook een aantal schaaltjes met minder herkenbaar voer kwamen ter tafel: gefrituurde varkensoren, gemarineerde eendenpootjes en een bakje pens in zoet/zuur met rode pepers.
  2. de poot van een eend
    Zo’n wandeling is leerzaam; ik ontdek onderweg dat de ginkgo een boom is die goed tegen rook en benzinedamp kan en bladeren heeft die lijken op een eendenpoot.
  3. plaats waar drie lanen samenkomen
    „Hier staan we op de ”patte d’oie”, de zogenaamde eendenpoot”, vertelt Rein Leguit, beheerder van het Noord-Hollands Landschap. Het betreft een punt waar drie lanen samenkomen.