eenmaal
/ˈemal/
Wat is de betekenis van eenmaal?
eenmaal betekent: een enkele keer
Betekenis
telwoord
- een enkele keer
- nu ~ een feit dat niet veranderd kan worden
- als ... ~ geeft een verandering in omstandigheden aan bij een bepaalde gebeurtenis, eens
Voorbeelden van "eenmaal" in een zin
- Hij heeft die vergissing slechts eenmaal gemaakt.
- Hij heeft die vergissing nu eenmaal gemaakt.
- Sommige vrouwen zijn nu eenmaal enorme kletskousen daar moet je maar mee zien te leven.
- Het zal u zijn opgevallen dat het hotel hier en daar sporen vertoont van achterstallig onderhoud. We hebben nu eenmaal niet zoveel gasten meer als vroeger. Ook daaraan wil meneer Wang iets doen. Hij streeft naar een volle bezetting.
- Als ik eenmaal een nieuwe baan heb zal ik je zeker trakteren.
Vertalingen
Engelsonce
Fransune fois
Duitseinmal
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek