Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

eenpersoonstent

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een tent die geschikt is voor één persoon
    Zelf heeft De Beer nu een eenpersoonstent speciaal voor de winter. Kosten: 700 euro. Zijn slaapzak (250 euro) is gevuld met dons, verder heeft hij een goed geïsoleerd slaapmatje (150 euro). De veldfles is vervangen door een thermoskan.
    Het was al donker toen ik een onverharde weg passeerde waar een aantal eenpersoonstenten in de berm stonden.

Etymologie

samenstelling van een, persoon, tent een