eenzaam
ˈenzam
Wat is de betekenis van eenzaam?
eenzaam betekent: gebrek aan gezelschap ondervindend
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- gebrek aan gezelschap ondervindend
- zonder veel mensen dus rustig en stil
Voorbeelden van "eenzaam" in een zin
- De eenzame weduwnaar raakte aan de drank.
- Mijn moeder zat eenzaam vooraan, aan weerszijden geflankeerd door de burgemeesters van Nieuwe- en Oude-Tonge, Van Hofwegen en Van Dijk, en de gemeentesecretaris van Bleskensgraaf, Gerard de Haan.
- Ik fiets en wandel graag over eenzame wegen en paden in Twente.
- Nu lagen ze voor haar: gebouwen waar je dwars doorheen kon kijken en eenzaam oprijzende afgebrokkelde muren die in de ijle zomerse avondlucht hulpeloos omhoogreikten naar een niet meer bestaand dak.
Etymologie
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘alleen’ voor het eerst aangetroffen in 1477
Vertalingen
Engelssolitary, lonely
Franssolitaire, seul
Spaanssolo, solitario
Zweedsensam
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek