eerste kamer
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈerstəˌkamər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (politiek) (Nederland) raad van 75 leden gekozen door Provinciale Staten die samen met de direct gekozen Tweede Kamer de Staten-Generaal of het parlement vormenDe vergadering van de Eerste Kamer werd door de voorzitter geopend.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek