eetzaal
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈetsal/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een ruimte bedoeld voor het gezamenlijk nuttigen van maaltijdenDan zien we elkaar om half een in de eetzaal.Met nat haar kom ik de kleine eetzaal binnen, waar de rest al aan de antipasti zit.Waarom niet? Ik haast me de eetzaal binnen en ga naar zuster Geneviève.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek