effectiviteit
vrouwelijk (de)/ˌɛfɛkˌtiviˈtɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het effectief zijn, de mate waarin de doelen worden behaaldBalbezit was er genoeg, maar de effectiviteit was minimaal.Door de jaren heen ben ik erg effectief geworden om deadlines te halen, maar dat gaat soms ten koste van de sfeer in het team op mijn werk. Hierdoor heb ik een vreemde haat-liefdeverhouding gekregen met effectiviteit, omdat het me veel heeft gebracht maar niet altijd even gezellig is voor mensen om mij heen.
Etymologie
*Afgeleid van effectief .
Vertalingen
Engelseffectiveness
Spaanseficacia
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek