egaal
/e'gal/
Wat is de betekenis van egaal?
egaal betekent: effen, eenkleurig
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- effen, eenkleurig
- gelijkmatig.
- onverschillig.
- glad, zonder hobbels, bobbels of klonten
Voorbeelden van "egaal" in een zin
- Het kleedje was egaal rood.
- De lucht was egaal helder.
- 't Is mij egaal.
- Ik maakte de grond eerst egaal voordat ik het gras ging inzaaien.
- Voor het maken van pannenkoeken heb je een egaal beslag nodig.
Etymologie
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gelijkmatig, glad’ voor het eerst aangetroffen in 1503
Vertalingen
Engelseven, level, equal
Spaansigual
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek