egocentriciteit
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het vooral op zichzelf en het eigenbelang gericht zijnDe gerechtspsychiaters kwamen vrijdagnamiddag aan het woord en die omschreven Janssen als een kernpsychopaat en als een wolf in een schaapsvacht, die zijn zelfbeeld hoog probeert te houden. De narcist met een grote egocentriciteit ziet zichzelf als een goede vader voor zijn kinderen en goede partner voor zijn vrouw met een mooie job als leraar.
Etymologie
* afleiding van egocentrisch
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek