egotrip
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- activiteit hoofdzakelijk ter vergroting van het ego van de eigen (zelfingenomen) persoon
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘activiteit ter verhoging van het zelfgevoel’ voor het eerst aangetroffen in 1975
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek