ei

onzijdig (het)/ɛi/

Wat is de betekenis van ei?

ei betekent: (voeding) dierlijk voedingsmiddel voor de mens in een schaal

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) dierlijk voedingsmiddel voor de mens in een schaal
  2. dierkunde (dierkunde) (vogels) ovaal voorwerp met harde schaal waarin een kuikentje groeit
  3. dierkunde (dierkunde) min of meer ronde huls met daarin een embryo en voedingsstoffen, zoals die door vrouwelijke dieren wordt gelegd of afgezet
  4. plantkunde (plantkunde) haploïde cel in de zaadknop
  5. biologie (biologie) vrouwelijke kiemcel die met de mannelijke samensmelt voor de voortplanting
tussenwerpsel
  1. verouderd (verouderd) uitroep van verbazing oei, o!

Voorbeelden van "ei" in een zin

  • Ik lust wel een lekker zachtgekookt ei.
  • De kippen kakelden in hun nestkast als ze een ei hadden gelegd, en het rook er naar olie en teer.
  • Haar fles cannabisolie stond doodleuk tussen de mayo en de eieren in de ijskast.
  • De kip zat op een ei te broeden.
  • Een kruisspin maakt een cocon om haar eitjes te beschermen.

Betekenis en uitleg van ei

Een ei is het ronde of ovale object dat door vogels, reptielen en sommige zoogdieren wordt gelegd en waarin zich een embryo ontwikkelt. In de keuken is het een veelzijdig ingrediënt dat vaak wordt gebruikt in gerechten zoals omeletten, taarten en sauzen.

Het woord 'ei' wordt vaak gebruikt in zowel culinaire als biologische contexten. In de gastronomie kan het verwijzen naar versheid, zoals in de uitdrukking 'een eitje', wat een klein, simpel gerecht betekent. Het is ook een belangrijk voedingsmiddel vanwege de rijke bron van eiwitten en andere voedingsstoffen.

Voorbeelden

  • Na het koken van het ei, maakte ik een heerlijke salade met verse groenten.
  • De kleuters waren opgewonden om te leren hoe je een ei kunt klutsen voor hun eerste pannenkoeken.
  • Tijdens het paasfeest verstopten we gekleurde eieren in de tuin voor de kinderen om te zoeken.

Woordoorsprong

Het woord 'ei' komt van het Oudgermaanse 'aiwaz', dat ook verwant is aan woorden in andere Germaanse talen die naar eieren verwijzen.

Veelgestelde vragen over ei

Wat is de betekenis van ei?

ei betekent: (voeding) dierlijk voedingsmiddel voor de mens in een schaal

Hoeveel betekenissen heeft ei?

ei heeft 6 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft ei?

ei is een onzijdig (het).

Wat zijn synoniemen van ei?

Synoniemen van ei zijn: eicel.

Hoe gebruik je ei in een zin?

Voorbeeld: “Ik lust wel een lekker zachtgekookt ei.

Etymologie

* van Middelnederlands "ei" / "ey", in de betekenis van ‘uitroep van verrassing’ aangetroffen vanaf 1566

Uitdrukkingen

  • koek en ei
  • voor een appel en een ei
  • Eieren voor je geld kiezen(noodgedwongen) met minder genoegen nemen dan men eerder wilde
  • Beter een half ei dan een lege dopIets, al is het weinig, is nog steeds beter dan niets.
  • De kip met gouden eieren slachtenEen iets met veel rendement wegdoen
  • Het ei wil wijzer zijn dan de kipHet kind denkt het beter te weten dan de ouder
  • In mei legt ieder vogeltje een eiIn mei doet het weer aan de zomer denken
  • Je kan geen omelet maken zonder eieren te brekenOm iets te bereiken moet je kosten maken of moeite doen

Vertalingen

Engelsegg
Fransœuf
DuitsEi
Spaanshuevo
Italiaansuovo
Portugeesovo
Russischяйцо
Turksyumurta
Poolsjajko
Zweedsägg
Deensæg