eiders
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (eendvogels) een onderfamilie van voornamelijk in of nabij de zee levende eenden uit de familie , de familie der eenden, ganzen en zwanen. Soms wordt de onderfamilie gezien als een tribus van de , de Mergini. Tot de Merginae behoren de eiders, zee-eenden, zaagbekken en verwanten. In Nederland komen 8 soorten voor, voornamelijk op of aan zee
Etymologie
* "eider" met de uitgang -s
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek