eierstok

mannelijk (de)/ˈɛijərˌstɔk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) deel van het geslachtsorgaan van de vrouw waar onbevruchte eicellen bewaard worden
    In de eierstok zitten de eicellen opgeslagen.

Vertalingen

Engelsovary
Fransovaire
Spaansovario
Italiaansovaia, ovaio, ovario
Portugeesovário
Russischяичник
Poolsjajnik
Deensæggestok