eilandbevolking

vrouwelijk (de)/ˈɛilɑndbəˌvɔlkɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geheel van de bewoners van een stuk land dat omringd is door water
    Curaçao draait op toeristen. Hun afwezigheid in coronatijd was dan ook een gigantische tik voor de eilandbevolking.
    Tientallen asielzoekers werden naar Vlieland gebracht, om daar in een azc het besluit over hun verblijfsvergunning af te wachten. De eilandbevolking nam ineens met tien procent toe.
    De eilandbevolkingen stemden tijdens staatkundige referenda in 2004 en 2005 wel grotendeels langs de lijnen van de commissie-Jesurun, maar de onderhandelingen met Nederland over de invulling van de staatkundige wijzigingen leidden daarna tot grote verdeeldheid, vooral op Curaçao en Bonaire.