Eiland
Wat is de betekenis van Eiland?
Eiland betekent: (aardrijkskunde) een stuk land dat omringd is door water
Betekenis
- (aardrijkskunde) een stuk land dat omringd is door water
Voorbeelden van "Eiland" in een zin
- Ik ga graag op vakantie naar een onbewoond eiland.
- Ze had me twee weken eerder verteld over haar leven als kunstenaar op een tropisch eiland in Maleisië.
- Nobelen uit vorige eeuwen hadden het eiland volgebouwd met hun pronkpalazzi en de kieren die toevallig ontstonden tussen de wereldwonderen in, moesten maar als straat dienen. Wie zich wil verplaatsen in Venetië moet voortdurend om het exhibitionistische vertoon van liefde voor de stad van zijn voorgangers in deze stad heen lopen.
Betekenis en uitleg van Eiland
Een eiland is een stuk land dat volledig omringd is door water. Het kan variëren van grote landmassa's tot kleine rotsachtige stukjes grond en biedt vaak unieke ecosystemen en leefomgevingen.
Het woord 'eiland' wordt vaak gebruikt in geografische contexten, maar ook in figuurlijke zin, zoals in 'een eiland in de tijd' om iets te beschrijven dat afgescheiden of afgezonderd is. Eilanden kunnen toeristische bestemmingen zijn of dienen als belangrijke habitats voor dieren en planten. In gesprekken kan het ook een gevoel van isolatie of afzondering oproepen.
Voorbeelden
- Tijdens onze vakantie bezochten we een prachtig eiland in de Middellandse Zee.
- Na het lezen van het boek voelde ik me als een eiland, ver van de rest van de wereld.
- De bewoners van het eiland hebben hun eigen unieke tradities en gebruiken die al generaties lang bestaan.
Woordoorsprong
Het woord 'eiland' is afgeleid van het Oudnederlands 'iland', wat verwant is aan het Germaanse 'aila', wat eveneens 'water' betekent.
Veelgestelde vragen over Eiland
Wat is de betekenis van Eiland?
Eiland betekent: (aardrijkskunde) een stuk land dat omringd is door water
Welk woordgeslacht heeft Eiland?
Eiland is een onzijdig (het).
Hoe gebruik je Eiland in een zin?
Voorbeeld: “Ik ga graag op vakantie naar een onbewoond eiland.”
Etymologie
* Leenwoord uit het Fries, in de betekenis van ‘land omgeven door water’ voor het eerst aangetroffen in 1240