eindschot

onzijdig (het)/ˈɛintsxɔt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) spurt op het einde van een wedstrijd tot aan de finish
    Farah miste op de 5000 het eindschot waarmee hij de laatste jaren oppermachtig was en vier keer achtereen op de grote kampioenschappen de moeilijke dubbel 5000 en 10.000 won (de WK’s van 2013 en 2015 en de Olympische Spelen van 2012 en 2016). Tubantia 12-08-17 [https://www.tubantia.nl/andere-sporten/edris-dompelt-londen-en-farah-in-rouw~a2245a2e/ Edris dompelt Londen én Farah in rouw]
    Dat duo maakte zich na 2000 meter al los van de rest en nam samen een grote voorsprong. Obiri spurtte Ayana eruit in de laatste ronde, Hassan rende met een sterk eindschot naar de bronzen medaille in 14.42,73, iets boven haar Nederlands record. Krumins eindigde voor de vierde keer op een groot toernooi als achtste in de finale van de 5000 meter. Tubantia 13-08-17 [https://www.tubantia.nl/andere-sporten/hassan-pakt-verrassend-brons-op-5000-meter~ab643041/ Hassan pakt verrassend brons op 5000 meter]
    Dat de strijd om de regenboogtrui pas in de laatste ronde ontbrandde, speelde mannen met een sterk eindschot in de kaart. Tubantia Mark den Blanken 24-09-17 [https://www.tubantia.nl/sport/historisch-peter-sagan-pakt-derde-wereldtitel-op-rij~a05f39f9/ Historisch! Peter Sagan pakt derde wereldtitel op rij]
  2. sport (sport) poging om een punt te scoren als afronding van een aanval
    {{ouds
zelfstandig naamwoord
  1. plank of wand als afsluiting van een langgerekte ruimte of baan
    Aan de zijde van het koorhek zijn beide bankenrijen voorzien van een eindschot met dezelfde vormgeving als de tussenschotten.

Etymologie

*[B] "schot" in de betekenis "afscheidende wand"

Vertalingen

Engelsend bulkhead, enclosing bulkhead