ek

onzijdig (het)/eˈka/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. initiaalwoord, afkorting, sport (initiaalwoord), (afkorting) (sport) een kampioenschap waarin de besten van Europa het tegen elkaar opnemen. De winnaar mag zich Europees kampioen noemen
    Niemand won het EK vaker dan het Duitse voetbalelftal.

Etymologie

*Afkorting van Europees kampioenschap.

Vertalingen

DuitsEM, EUM