eksteroog
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een vaak pijnlijke, naar binnen groeiende eeltplek (verdikking van de huid)De boer ziet het aan de hollende koeien, oma voelde het aan haar eksteroog en leraren merken het aan de onrust in de klas. Er is storm op komst. Maar heeft het weer eigenlijk wel invloed op ons gedrag?Volkskrant Ianthe Sahadat 10 mei 2015
Etymologie
* In de betekenis van ‘likdoorn’ voor het eerst aangetroffen in 1350
Vertalingen
Engelscorn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek