elastiek

/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een rekbaar soort rubber
    Die stof is gemaakt van elastiek.
  2. een geweven band met een elastieken schering
    Haal die elastieken eens uit die doos.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘rekbare band’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1838

Vertalingen

Spaansgoma elástica