Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
elektrieker
mannelijk (de)/elɛkˈtrikər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand die zorgt voor aanleg en onderhoud van een elektrische installatie"Ikzelf heb daar geen verstand van, maar mijn broer die elektrieker is zou het wel gemaakt hebben. Daarom ben ik maar doorgereden." Aldus de 54-jarige Belg R.S. uit Blankenberghe die op 1 februari op Rijksweg 58, nabij Sluis, was aangehouden omdat zijn autoverlichting defect was.
Etymologie
*: van "elektriek" met de uitgang -er
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek